Gisteren
In juni 1826 stijgt er rook op uit de cisterciënzerabdij in Seraing bij Luik: de eerste
oven van de kristalfabriek Val Saint Lambert is aangestoken. Al snel groeit Val Saint
Lambert uit tot het epicentrum van de Belgische kristalindustrie. Alle voorwaarden voor
een succesvolle industrie zijn dan ook aanwezig: de nabijheid van de Maas, een
steenkoolrijke streek, een spoornetwerk en zelfs de enorme kloosterruimtes die perfect
geschikt zijn voor artistieke en artisanale activiteiten op grote schaal.
Eind 19e eeuw breken gouden tijden aan voor Val Saint Lambert. De site rond de voormalige
abdij is uitgegroeid tot een indrukwekkend dorp: ruim 180 arbeiderswoningen inclusief
tuintjes, een school, een winkel en zelfs een ziekenhuis. In de kristalfabrieken,
intussen wereldwijd be-kend, vervaardigen zo’n 5.000 medewerkers elke dag 120.000 unieke
kristalcreaties.
Met Wereldoorlog I komt er een abrupt einde aan de expansie en verdwijnt een
belangrijke markt – de Balkan, de Russische tsaren, Duitsland. De wereldcrisis van
1929 en de bombarde-menten van de Tweede Wereldoorlog doen de kristalfabriek nog
verder wegglijden. Het duurt tot de jaren 60 en 70 voor twee belangrijke innovaties
Val Saint Lambert weer leven inblazen: de introductie van de diamantschijf om beter
te slijpen en te graveren en de vervanging van de traditionele potoven door een
badoven die ononderbroken grondstoffen smelt tot vloei-blaar glas.
Vanaf de jaren 70 begint een periode met sociale onrust, herstructureringen en
overnames. Vandaag is de kristalfabriek Val Saint Lambert in handen van de familie
Onclin die de ambitie heeft het merk wereldwijd terug op de kaart te zetten.

Volg ons op Twitter
Volg ons op Facebook 